ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6866
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens overschrijding redelijke termijn en juiste naheffingsaanslag loonheffing
Eiser, een horecaondernemer, betwistte de naheffingsaanslag loonheffing en de opgelegde vergrijpboete over het jaar 2005. De Belastingdienst had de aanslag gebaseerd op een schatting van extra netto-loonbetalingen, waarbij het anoniementarief werd toegepast vanwege ontbrekende persoonsgegevens. Tijdens het onderzoek bleek dat eiser geen kasadministratie voerde en geen werkroosters had, waardoor de bewijslast werd omgekeerd.
De rechtbank oordeelde dat de schatting van de Belastingdienst niet onredelijk was gezien de omzet en openingstijden van het café. De vergrijpboete van 50% werd echter verminderd omdat de Belastingdienst geen rekening had gehouden met de omkering van de bewijslast bij de boeteberekening. Daarnaast was de redelijke termijn tussen de boeteaankondiging en uitspraak met ruim vier jaar fors overschreden, wat eveneens tot matiging van de boete leidde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof en vernietigde de boetebeschikking. De boete werd verminderd tot € 2.000. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt bevestigd en de vergrijpboete verminderd tot € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en onjuiste boeteberekening.