ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kok
- A.M.A. Keulen
- C.W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Klachtprocedure over dwangmedicatie en kamerprogramma bij gedwongen opname psychiatrisch ziekenhuis
Verzoeker is gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf. Hij klaagt over de opgelegde dwangmedicatie en het kamerprogramma, dat hij gelijkstelt aan separatie. De klachtencommissie verklaarde zijn klacht ongegrond, waarna verzoeker bij de rechtbank vernietiging van die beslissing en schorsing van de dwangbehandeling verzocht.
De rechtbank beoordeelt of de dwangmedicatie en het kamerprogramma voldoen aan de wettelijke vereisten van de Wet Bopz. Verzoeker ontkent de diagnose schizofrenie en betwist de noodzaak van medicatie. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een stoornis van de geestvermogens die gevaar veroorzaakt voor verzoeker en anderen, en dat dwangmedicatie noodzakelijk is om dit gevaar weg te nemen.
Ten aanzien van het kamerprogramma oordeelt de rechtbank dat dit geen separatie is, omdat verzoeker niet in een separeerkamer verblijft en zijn kamer niet wordt afgesloten. Het kamerprogramma wordt gezien als een structuurprogramma binnen de behandeling en niet als een middel of maatregel ter overbrugging van een tijdelijke noodsituatie. De rechtbank acht het kamerprogramma noodzakelijk en proportioneel gelet op het gevaar en de veiligheid van patiënt en personeel.
De rechtbank concludeert dat de dwangbehandeling en het kamerprogramma voldoen aan de wettelijke eisen, dat de klachten ongegrond zijn en dat de beslissing van de klachtencommissie terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht ongegrond en bevestigt dat de dwangmedicatie en het kamerprogramma gerechtvaardigd zijn.