ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5766
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. De aanvraag werd afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat referent, haar echtgenoot, gebruik heeft gemaakt van het vrije verkeer binnen de Europese Unie en dat hij na vestiging in België naar Nederland is teruggekeerd.
De rechtbank stelde vast dat referent zijn baan in Nederland heeft behouden, zich niet heeft uitgeschreven uit de Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie en dat de overgelegde documenten, waaronder Belgische verblijfskaarten en inschrijvingen, slechts aantonen dat het recht op verblijf bestond, maar niet dat er daadwerkelijk en reëel gebruik van is gemaakt. Ook het beroep op analoge toepassing van Richtlijn 2004/38 en de arresten Surinder Singh en Eind werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet als familielid van een gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt en dat de aanvraag terecht is geweigerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.