ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5759
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting van gezinslid met minderjarige Nederlandse kinderen
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteit dragende ouder, is in vreemdelingenbewaring gesteld en wil niet worden uitgezet vanwege zijn gezinssituatie in Nederland. Zijn partner en vijf kinderen, waarvan twee minderjarige zonen de Nederlandse nationaliteit hebben, wonen in Nederland. De partner is kostwinner met een eigen onderneming, en de oudste zoon draagt de zorg voor het huishouden. Eén kind heeft ADHD en medicatie.
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die is afgewezen, waarna hij bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat uitzetting in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) en artikel 20 VWEU Pro (rechten van Unieburgers). Hoewel de rechtbank het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf erkent, acht zij de belangen van verzoeker en zijn gezin zwaarder dan het belang van de overheid bij onmiddellijke uitzetting.
De rechter wijst het verzoek toe, verbiedt uitzetting tot vier weken na de bezwaarbeslissing en veroordeelt de overheid tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.J. Medze op 3 april 2012 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt tot vier weken na bezwaarbeslissing verboden vanwege mogelijke schending van artikel 8 EVRM en artikel 20 VWEU.