ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5551
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraanse asielzoeker na bekering tot christendom
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, heeft meerdere malen een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, steeds afgewezen. In zijn achtste aanvraag heeft hij aangetoond dat hij zich in Nederland tot het christendom heeft bekeerd en dat de Iraanse autoriteiten hiervan op de hoogte zijn gesteld via aangetekende post aan de Iraanse ambassade. Dit wordt gezien als een nieuw feit dat aanleiding geeft tot een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter constateert dat de Iraanse autoriteiten bekend zijn met de bekering van verzoeker, maar niet met zijn evangeliserende activiteiten. De voorzieningenrechter acht de prejudiciële vragen die het Duitse Bundesverwaltungsgericht aan het HvJ EU heeft gesteld over artikel 9 van Pro de Definitierichtlijn relevant voor deze zaak. Gezien deze omstandigheden kan het beroep van verzoeker een redelijke kans van slagen niet worden ontzegd.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de uitzetting van verzoeker uit Nederland wordt verboden tot één week na verzending van de uitspraak op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden tot één week na uitspraak op het beroep vanwege nieuwe feiten over zijn bekering en redelijke kans van slagen.