ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding
Eiser is op 1 oktober 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maximale termijn van zes maanden voor deze maatregel verstreek op 28 maart 2012. Verweerder verlengde de bewaring bij besluit van 23 maart 2012, waarbij de verlenging inging per 2 april 2012. Hierdoor ontstond een periode tussen 28 maart en 2 april 2012 zonder geldige grondslag voor de bewaring.
Eiser stelde dat deze niet-aansluitende verlenging onrechtmatig was, onder verwijzing naar artikel 88 Sr Pro en het beleid in de Vreemdelingencirculaire dat een maand gelijk is aan 30 dagen. Verweerder erkende dit, maar stelde dat de uitreiking van het besluit vóór het verstrijken van de termijn de rechtmatigheid niet schaadde.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een grondslag in de periode tussen 28 maart en 2 april 2012 de bewaring onrechtmatig maakte. Een belangenafweging was niet meer aan de orde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel per 3 mei 2012 en kende een schadevergoeding toe van € 2.880,- voor 36 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 3 mei 2012 en kent een schadevergoeding van € 2.880,- toe.