ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak stiefvader wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen
Op 30 juni 2010 deed het slachtoffer aangifte tegen haar stiefvader wegens meervoudige ontuchtige handelingen, waaronder het binnendringen met een vinger. Verdachte ontkende de feiten. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en consistent was, maar dat deze onvoldoende steun vond in andere bewijsmiddelen. Getuigenverklaringen waren allen afgeleid van het slachtoffer en boden geen zelfstandig bewijs.
De rechtbank nam ook andere aanwijzingen mee, zoals het scheren van het schaamhaar van het slachtoffer, wat als seksueel grensoverschrijdend gedrag werd beschouwd, maar onvoldoende was om de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De officier van justitie wees op een specifieke modus operandi, maar ook deze werd niet voldoende ondersteund door het bewijs.
Gezien het ontbreken van voldoende aanvullend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard en de kosten van de verdediging werden op nihil begroot. Het opgeschorte bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.