ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4022
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.B. de Vries – van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door minister
Verzoeker, een Beninse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege inconsistenties en gebrek aan concrete gegevens over de bedreigingen door zijn vader, een voodoopriester. Verzoekers medische klachten en vermeende druk tijdens het horen werden niet aannemelijk geacht.
Ten aanzien van het opgelegde inreisverbod van twee jaar stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de maximale duur was opgelegd. Hoewel verweerder ter zitting toelichtte dat de duur standaard twee jaar is tenzij relevante individuele omstandigheden worden aangevoerd, ontbrak een zorgvuldige motivering in het besluit.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het het inreisverbod betreft wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.