ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3601
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens risico op onderduiken en onvoldoende bescherming
Verzoekster, afkomstig uit Ivoorkust, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd afgewezen. Zij stelde dat de Terugkeerrichtlijn niet op haar van toepassing was en dat haar ten onrechte geen vertrektermijn was geboden. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster wel rechtmatig verblijf had gehad op grond van haar asielaanvraag, zodat de Terugkeerrichtlijn van toepassing bleef.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van documenten niet aan haar kon worden toegerekend en dat haar asielverhaal geloofwaardig was, maar onvoldoende om bescherming te verlenen. De verkrachting in 2002 en de familiaire problemen waren onvoldoende om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen, mede omdat zij van 2002 tot 2009 zonder problemen in Ivoorkust verbleef.
Verder werd geoordeeld dat het inreisverbod terecht was opgelegd en dat aan verzoekster geen vertrektermijn hoefde te worden geboden, omdat zij toerekenbaar ongedocumenteerd was, geen vaste woon- of verblijfplaats had en niet over voldoende middelen beschikte, waardoor een risico op onderduiken bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.