ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3508
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning bij echtgenoot wegens ontbreken machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster, een Soedanese vreemdelinge, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in het kader van gezinsvorming bij haar echtgenoot. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoekster niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die overeenkomt met het verblijfsdoel.
Verzoekster stelde zich op het standpunt dat zij vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, van het Vreemdelingenbesluit 2000, mede vanwege het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder een redelijke belangenafweging heeft gemaakt en dat het ontbreken van een mvv in dit geval niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep op het arrest Zambrano van het Europese Hof van Justitie werd verworpen omdat de omstandigheden van verzoekster niet vergelijkbaar zijn met die in dat arrest. De kinderen van verzoekster hebben de Nederlandse nationaliteit en kunnen bij hun vader verblijven. De stellingen over onmogelijkheid van kinderopvang werden onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de behandeling van het bezwaar waarschijnlijk niet tot een andere uitkomst zal leiden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.