ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3347
Rechtbank 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 18 november 2011 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde in hoger beroep dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk was om op 17 november 2011 op het aanmeldcentrum te verschijnen, zoals hem was medegedeeld in een brief van 11 november 2011. De vreemdeling had geen gebruik gemaakt van het aangeboden vervoer en meldde zich pas later bij een medewerker van het COa, waardoor zijn afwezigheid op het aanmeldcentrum aan hem toe te rekenen is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had overwogen dat de vreemdeling niet kon worden toegerekend dat hij niet aanwezig was op het aanmeldcentrum. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op € 437,00, waarvan de rechtbank de vergoeding dient te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.