ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering standplaatsvergunning voor ambulante handel wegens bescherming uiterlijk aanzien gemeente
Eiser vroeg bij verweerder een standplaatsvergunning aan voor het verkopen van ijs op het Johanna Westerdijkplein. Verweerder weigerde de vergunning met het oog op het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente, zoals bepaald in artikel 4, eerste lid, van de Straathandelsverordening Den Haag.
Eiser voerde aan dat andere objecten op het plein, zoals bushokjes en een illegale bouwkeet, de openbare ruimte ook aantasten, waardoor volgens hem met twee maten werd gemeten en verweerder misbruik maakte van zijn bevoegdheid. De rechtbank overwoog dat verweerder sinds 1991 een restrictief beleid voert ten aanzien van ambulante handel, gericht op het terugdringen daarvan, en dat dit beleid consistent en redelijk is toegepast.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn weigering voldoende heeft gemotiveerd en dat de belangen van kleine zelfstandigen niet tot de af te wegen belangen behoren die een uitzondering kunnen rechtvaardigen. De aanwezigheid van andere objecten op het plein was niet relevant voor de vergunningaanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de standplaatsvergunning wordt ongegrond verklaard.