ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na verlies door naturalisatie ouders
Verzoeker, geboren in 1950, verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. In 1959 werden zijn ouders genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger, waardoor verzoeker als minderjarige ook het Nederlanderschap verloor op grond van artikel 7 WNI Pro.
Verzoeker stelde dat hij op grond van artikel V lid 2 RRWN het Nederlanderschap heeft behouden, omdat hij zich na 1990 meerdere malen tot het Nederlandse consulaat heeft gewend. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de officier van justitie betwistten dit standpunt, stellende dat dit artikel niet op hem van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat artikel V lid 2 RRWN alleen geldt voor personen die hun nationaliteit verloren op grond van artikel 15 RWN Pro, niet op grond van artikel 7 WNI Pro zoals bij verzoeker het geval was. Ook het afleggen van een optie ex artikel V lid 1 RRWN was niet mogelijk.
Daarom werd het verzoek van verzoeker om vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen. De beschikking werd op 5 april 2012 door mr. R.J. Paris in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat verzoeker zijn nationaliteit verloor door naturalisatie van zijn ouders en artikel V lid 2 RRWN niet op hem van toepassing is.