ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2499
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvragen en oplegging inreisverbod zonder nadere motivering
Verzoekers, Iraakse staatsburgers, deden herhaalde asielaanvragen die door de IND werden afgewezen vanwege het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat verzoekers hun werkelijke herkomst en asielrelaas al in de eerste procedure hadden kunnen en moeten aanvoeren, en dat het achterhouden van informatie op advies van derden voor hun rekening komt.
De rechtbank stelde vast dat het inreisverbod van twee jaar rechtsgeldig was opgelegd als zelfstandig deelbesluit binnen de meeromvattende beschikking, conform de Vreemdelingenwet 2000. Verzoekers voerden aan dat het inreisverbod niet persoonlijk was uitgereikt, maar de rechtbank vond dit gelet op hun onbereikbaarheid niet onrechtmatig.
Verder oordeelde de rechtbank dat de motivering van de duur van het inreisverbod niet nader hoefde te worden toegelicht, omdat de wetgever de termijn van twee jaar als hoofdregel heeft vastgesteld. Verzoekers hadden geen relevante individuele omstandigheden aangevoerd die tot verkorting van het verbod konden leiden.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen en de beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvragen worden ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar bevestigd.