ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1426
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Ritsema van Eck- van Drempt
- M.J. Alt- van Endt
- A.M.A. Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Marokko wegens ontbreken wijziging gewone verblijfplaats
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de vader tot onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Marokko op grond van het Haagse Verdrag betreffende internationale kinderontvoering.
De minderjarige verbleef van september 2010 tot augustus 2011 in Marokko, maar de rechtbank oordeelde dat dit verblijf niet leidde tot wijziging van zijn gewone verblijfplaats. De moeder, die het gezag uitoefent en primair voor het kind zorgt, was in de veronderstelling dat het verblijf tijdelijk was voor vakantiedoeleinden. Dit blijkt onder meer uit een afspraak bij het consultatiebureau in Nederland vlak na vertrek.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor een permanente vestiging in Marokko, zoals het meenemen van persoonlijke bezittingen, het regelen van officiële instanties of het beëindigen van Nederlandse voorzieningen. De moeder had bovendien aangifte gedaan tegen de vader wegens mishandeling en had geprobeerd zo snel mogelijk met het kind terug te keren naar Nederland.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat het verzoek tot teruggeleiding niet gegrond was, omdat er geen sprake was van ongeoorloofde overbrenging of vasthouding zoals bedoeld in het Haagse Verdrag. Het verzoek van de vader werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Marokko wordt afgewezen omdat de gewone verblijfplaats niet is gewijzigd.