ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Richtlijnconforme interpretatie verblijf familielid rechtstreekse bloedverwant Unieburger
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van haar in Nederland wonende schoondochter met de Franse nationaliteit, een Unieburger. Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 8.7, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiseres stelde dat zij als rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn van de echtgenoot (haar zoon) van de Unieburger rechtmatig verblijf ontleent.
De rechtbank stelde vast dat de Verblijfsrichtlijn rechtstreekse bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn van de echtgenoot als familie aanmerkt, maar dat artikel 8.7, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit dit niet volledig implementeert. De rechtbank interpreteerde dit artikel daarom richtlijnconform, inclusief rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van de partner van de Unieburger.
Omdat de schoondochter Unieburger is, oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte het verzoek had afgewezen en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege een onjuiste interpretatie van artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000.