ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1143
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke afgifte van toonderaandelen na vernietiging vonnis in hoger beroep
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van elf toonderaandelen die hij eerder aan hem had overgedragen. Deze vordering volgt op een arrest van het gerechtshof dat het eerdere vonnis van de rechtbank Rotterdam in hoger beroep heeft vernietigd en gedaagde veroordeelde tot afgifte van de aandelen.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een kortgedingrechter zijn oordeel in beginsel moet afstemmen op dat van de bodemrechter, tenzij sprake is van een misslag of spoedeisendheid die het wachten op het rechtsmiddel onaanvaardbaar maakt. Nu het arrest van het hof nog niet onherroepelijk is en er cassatieberoep openstaat, en gelet op het belang van gedaagde als minderheidsaandeelhouder, wordt de vordering afgewezen.
Gedaagde heeft aangevoerd dat onmiddellijke tenuitvoerlegging hem in een noodtoestand zou brengen, maar dit is niet onderbouwd met feiten die na het arrest zijn ontstaan. Eiser heeft onvoldoende concreet belang bij onmiddellijke afgifte gesteld. De voorzieningenrechter weegt het belang van gedaagde om zijn positie te behouden zwaarder dan het belang van eiser bij spoedige overdracht.
De vordering in reconventie tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt eveneens afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke afgifte van de elf toonderaandelen wordt afgewezen vanwege het lopende cassatieberoep en het belang van de minderheidsaandeelhouder.