ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0978
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Somalische Tumal wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM
Verzoeker, afkomstig uit Somalië en behorend tot de Tumal minderheid, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Deze werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat verzoeker geen risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, mede omdat hij niet tot een door de minister aangewezen kwetsbare minderheidsgroep zou behoren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn etniciteit een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Verwijzingen naar eerdere uitspraken en ambtsberichten tonen aan dat de ministeriële overwegingen ontoereikend zijn.
Verder is vastgesteld dat verzoeker zich in het verleden onder de regels van Al-Shabaab heeft kunnen handhaven en dat het beleid omtrent asielaanvragen van Somalische vreemdelingen recent is gewijzigd (WBV 2011/13), waardoor een inhoudelijke toetsing van het besluit gerechtvaardigd is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op schending van artikel 3 EVRM.