ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede asielaanvraag en inreisverbod ondanks vormvoorschrift in één besluit
Verzoeker diende een tweede asielaanvraag in, die werd afgewezen op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en een eerdere afwijzende beschikking. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat verzoeker de vertrektermijn niet had nageleefd.
Verzoeker stelde dat het inreisverbod niet rechtsgeldig was omdat het niet in een afzonderlijk besluit was genomen, zoals vereist in artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat dit een vormvoorschrift betreft waarvan schending kan worden gepasseerd volgens artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat verzoeker niet in zijn belangen is geschaad.
De rechter stelde vast dat verzoeker in de eerdere procedure ongeloofwaardige verklaringen had afgelegd over zijn herkomst en vluchtreden, en dat het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2011/13 geen relevante wijziging van het recht voor verzoeker inhoudt. Er waren geen bijzondere feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tweede asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.