ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voorbereidingshandelingen moord en veroordeling voor bezit molotovcocktail
Op 29 mei 2011 werd verdachte aangehouden na een melding dat hij een zwaard aan het slijpen was met het voornemen om het UWV aan te vallen. In zijn woning werden diverse wapens en een fles met brandbare vloeistof aangetroffen. De rechtbank onderzocht of verdachte voorbereidingshandelingen tot moord of doodslag had gepleegd en of hij de Wet wapens en munitie had overtreden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de voorwerpen dienstig konden zijn voor een misdadig doel, niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte opzettelijk voorbereidingshandelingen had verricht met het oog op een misdrijf. Zijn verklaringen en gemoedstoestand wezen op frustratie en woedeverwerking, waardoor hij werd vrijgesproken van de feiten 1 en 2.
Voor het bezit van een molotovcocktail (feit 3) oordeelde de rechtbank dat dit wettig en overtuigend bewezen was. Verdachte wist van het karakter van het voorwerp en handelde daarmee in strijd met artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 90 dagen op, waarvan 78 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en de duur van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van voorbereidingshandelingen moord/doodslag en veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf waarvan 78 voorwaardelijk voor bezit molotovcocktail.