ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk dat lassers in dienstbetrekking waren; naheffingsaanslag loonheffingen en vergrijpboete vernietigd
Eiseres, een onderneming die constructie- en laswerkzaamheden verricht, kreeg een naheffingsaanslag loonheffingen en een vergrijpboete opgelegd door de Belastingdienst. Dit volgde uit een onderzoek waarbij werd vastgesteld dat een bedrag van €138.000 contant zou zijn betaald aan buitenlandse lassers/ijzerwerkers, terwijl deze niet in de loonadministratie voorkwamen. Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan haar administratieplicht en dat de bewijslast omgekeerd moest worden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de lassers/ijzerwerkers bij eiseres in dienstbetrekking waren. De stelling dat het contante bedrag rechtstreeks aan de lassers was betaald, berustte slechts op de afwezigheid van deze betaling in de administratie van de onderaannemer. Eiseres had dit gemotiveerd weersproken met onder meer een notariële verklaring van de directeur van de onderaannemer. Ook was niet gebleken dat eiseres gezag had over de lassers.
Omdat niet aannemelijk was dat de lassers in dienstbetrekking waren, hoefde eiseres deze gegevens niet in haar loonadministratie op te nemen. De rechtbank oordeelde dat de administratieplicht per belastingmiddel moet worden beoordeeld en dat verweerder niet had aangetoond dat de loonadministratie niet voldeed aan de eisen. De naheffingsaanslag en boetebeschikking werden daarom vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffingen en de vergrijpboete worden vernietigd omdat niet is aangetoond dat de lassers in dienstbetrekking waren.