ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9986
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Turkse zelfstandige wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Turkse zelfstandige, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'het verrichten van arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan het criterium dat met zijn onderneming een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend, mede gebaseerd op een aanvullend criterium dat niet duidelijk was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, vooral omdat onduidelijk is waarop het aanvullende criterium is gebaseerd en welke stukken een Turkse zelfstandige moet overleggen volgens het beleid. Dit leidt tot onvoldoende zorgvuldigheid en strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigt het besluit en bepaalt dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser. Het geschil betreft ook de toepassing van het standstill-beginsel uit het Aanvullend Protocol tussen de EG en Turkije, waarbij het beleid omtrent het puntensysteem en advies aan de minister van Economische Zaken is aangepast.
De uitspraak benadrukt dat verweerder duidelijkheid moet verschaffen over de motivering en het beleid omtrent de beoordeling van aanvragen van Turkse zelfstandigen, en dat eiser recht heeft op een zorgvuldige en deugdelijke besluitvorming.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid over het beleid, met veroordeling in proceskosten.