ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9800
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtmatigheid inreisverbod en bewaring vreemdeling zonder vaste verblijfplaats
Verzoeker, een vreemdeling met Pakistaanse nationaliteit, kreeg op 21 februari 2012 een terugkeerbesluit en op 22 februari 2012 een maatregel van bewaring opgelegd wegens het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Het terugkeerbesluit en de maatregel zijn gebaseerd op feiten waaronder het gebruik van valse documenten en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
Verzoeker betwistte de gronden en stelde dat het inreisverbod van vijf jaar disproportioneel en onrechtmatig was, mede omdat hij een zoon in Engeland heeft. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoeker daadwerkelijk een zoon heeft in Engeland en dat de gestelde familierechtelijke band niet is onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat de toelichting op de bewaring ook van toepassing is op het terugkeerbesluit en dat de maatregel voldoende gemotiveerd is. Het inreisverbod is niet in strijd met de Terugkeerrichtlijn en het proportionaliteitsbeginsel. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het inreisverbod zouden moeten beperken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. de Gans op 14 maart 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.