ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8689
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eisers, beiden Iraanse nationaliteit, werden op 21 december 2011 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in het kader van de grensprocedure. Zij stelden dat deze bewaring onrechtmatig was op grond van artikel 35 lid 4 juncto Pro lid 2 van de Procedurerichtlijn 2005/85/EG, die bepaalt dat een beslissing binnen vier weken moet worden genomen, waarna toegang tot het grondgebied moet worden verleend.
De rechtbank oordeelt dat deze termijn alleen geldt indien het tweede lid van artikel 35 van Pro toepassing is, wat hier niet het geval is omdat de Nederlandse AC-procedure aan de grens reeds voldoet aan de fundamentele beginselen van de Procedurerichtlijn. De AC-procedure op Schiphol onderscheidt zich van andere procedures en is gebaseerd op artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Daarnaast is geoordeeld dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld met betrekking tot het overnameverzoek aan Italië op grond van de Dublinverordening. De rechtbank ziet geen reden om de voortzetting van de maatregel onrechtmatig of onredelijk te achten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.