ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8426
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende risico op vervolging of onmenselijke behandeling in Afghanistan
Eisers, afkomstig uit Herat, Afghanistan, vroegen asiel aan in Nederland na bedreigingen en een inval in hun woning vanwege vermeende samenwerking met buitenlanders. Verweerder wees de aanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs voor een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eisers vaagheden en tegenstrijdigheden bevatten, en dat het ontbreken van reis- en identiteitspapieren aan hen toe te rekenen is. Hoewel eiseres psychische problemen heeft, was dit onvoldoende om de inconsistenties te verklaren. De situatie in Herat werd niet als uitzonderlijk gevaarlijk beoordeeld.
Voor de minderjarige dochter van eisers, die als verwesterde minderjarige meisje werd beoordeeld, concludeerde de rechtbank dat zij zich kan aanpassen aan de Afghaanse normen en dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet aannemelijk is. Ook een mogelijk risico op uithuwelijking werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp het beroep op subsidiaire bescherming en humanitaire gronden, mede vanwege het relatief korte verblijf van de dochter in Nederland. De beroepen werden ongegrond verklaard en de kosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.