ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8405
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.D. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter bij vordering tot teruggeleiding minderjarige onder HKOV
De man vordert in kort geding de teruggeleiding van zijn minderjarige kinderen vanuit Turkije naar Nederland, gebaseerd op het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De vrouw, die met de kinderen naar Turkije is vertrokken en daar een echtscheidingsprocedure is gestart, weigert terug te keren naar Nederland.
De voorzieningenrechter overweegt dat Nederland en Turkije partij zijn bij het HKOV en dat volgens een arrest van de Hoge Raad van 9 december 2011 alleen de rechter van de staat waar het kind zich bevindt bevoegd is om een vordering tot teruggeleiding te behandelen. Dit betekent dat de Nederlandse voorzieningenrechter onbevoegd is omdat de kinderen zich in Turkije bevinden.
De vordering van de man wordt daarom afgewezen wegens onbevoegdheid, en iedere partij draagt haar eigen proceskosten. De rechter benadrukt dat de geboorteplaats, nationaliteit of woonplaats in Nederland niet tot bevoegdheid van de Nederlandse rechter leiden in deze context.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om de vordering tot teruggeleiding van de minderjarigen te behandelen.