ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8091
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid en beëindiging van vreemdelingenbewaring na maximale termijn van zes maanden
Eiser is op 12 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld door de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Na meerdere eerdere uitspraken waarin de bewaring werd geacht rechtmatig te zijn, stelt eiser dat de bewaring na zes maanden, dus per 12 januari 2012, had moeten worden beëindigd. Verweerder heeft nagelaten een verlengingsbesluit te nemen en heeft onvoldoende onderbouwd waarom de termijn overschreden mocht worden.
De rechtbank beoordeelt dat op grond van artikel 59, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de maximale duur van bewaring zes maanden bedraagt, ongeacht de uitzonderingen in het vierde lid. De Memorie van Toelichting en jurisprudentie van het Hof van Justitie worden besproken, maar de rechtbank volgt de letterlijke tekst van de wet die stelt dat de bewaring in alle gevallen maximaal zes maanden mag duren.
Omdat de bewaring vanaf 12 januari 2012 onrechtmatig is voortgezet zonder verlengingsbesluit, beveelt de rechtbank de opheffing van de bewaring met ingang van 27 februari 2012. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe van € 2.480,- aan eiser voor de onrechtmatige bewaring, en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 437,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de vreemdelingenbewaring na zes maanden en kent een schadevergoeding van € 2.480,- toe.