ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsdocument voor minderjarige Unieburger en verzorgende ouder wegens middelen van bestaan
Eisers, een minderjarige Unieburger en zijn vader, hebben aanvragen ingediend voor verblijfsdocumenten op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De aanvragen werden geweigerd omdat eiser 2 (de zoon) niet zelf over voldoende middelen van bestaan zou beschikken en de vader afhankelijk is van giften via een schenkingsovereenkomst.
De rechtbank overweegt dat volgens jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie, met name het arrest Zhu en Chen, geen eisen mogen worden gesteld aan de herkomst van de bestaansmiddelen en dat inkomsten uit schenking als middelen van bestaan moeten worden aanvaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat eiser 2 geen verblijfsrecht heeft als gemeenschapsonderdaan. Het beroep van eiser 2 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Ten aanzien van eiser 1 (de vader) oordeelt de rechtbank dat het standpunt dat hij niet over voldoende middelen beschikt geen stand houdt, omdat verweerder dit pas in de beroepsfase heeft ingebracht en het niet in het bestreden besluit staat. Het beroep van eiser 1 wordt eveneens gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
De rechtbank overweegt verder dat eiser 2 niet uitsluitend afhankelijk is van zijn vader voor het uitoefenen van zijn verblijfsrecht, aangezien moeder en broers in Duitsland verblijven. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het Zambrano-arrest faalt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van verblijfsdocumenten en beveelt hernieuwde beslissing met inachtneming van de jurisprudentie.