ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7041
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft de intrekking van het verblijfsdocument van eiser, een gemeenschapsonderdaan, door de Minister van Immigratie en Asiel. Het besluit was gebaseerd op het beëindigen van de relatie tussen eiser en zijn Unieburger-partner, waardoor het rechtmatig verblijf zou zijn geëindigd. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de relatie langer dan drie jaar had geduurd en dat hij recht had op voortgezet verblijf op grond van artikel 13, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name omdat niet was ingegaan op de procedurele en inhoudelijke bezwaren van eiser en niet was onderzocht of de genoemde richtlijn ook van toepassing is op niet-geregistreerde relaties. Hierdoor werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank stelde echter vast dat het beroep op artikel 13 van Pro de richtlijn niet slaagt omdat de relatie korter dan drie jaar heeft geduurd en dat verweerder terecht geen uitstel heeft verleend voor het indienen van een zienswijze. De rechtbank bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het verblijfsdocument wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.