ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6302
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke activiteiten
Eiser, een Irakese vreemdeling, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door de minister werd ingetrokken. Eiser voerde aan dat hij politieke activiteiten in Nederland ontplooide, waaronder deelname aan demonstraties en publicaties, waardoor hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Irak.
De minister stelde dat de Irakese autoriteiten niet op de hoogte zijn of zullen geraken van deze activiteiten, en dat de veiligheidssituatie in de provincie Diyala destijds geen verblijfsvergunning rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat de minister dit standpunt niet deugdelijk heeft gemotiveerd, mede omdat eiser aannemelijk maakte dat zijn activiteiten in Irak bekend kunnen worden, onder meer door televisieverslaggeving.
De rechtbank wees tevens op het ontbreken van een beoordeling door de minister omtrent subsidiaire bescherming ten tijde van de vergunningverlening, maar vond dat dit in deze procedure niet hoefde te worden behandeld.
De rechtbank doet een tussenuitspraak en stelt de minister in de gelegenheid binnen vier weken een nieuw besluit te nemen waarin hij het gebrek in de motivering herstelt. Indien de minister het standpunt handhaaft dat de autoriteiten niet op de hoogte zijn, moet dit beter worden gemotiveerd; anders kan de minister ook ingaan op de gegrondheid van de vrees van eiser bij terugkeer.
Deze procedure is een voorbeeld van zorgvuldige toetsing van bestuursbesluiten inzake vreemdelingenrecht en het belang van een deugdelijke motivering door het bestuursorgaan.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering over de kennis van de Irakese autoriteiten van de politieke activiteiten van eiser.