ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6263
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlenging bewaring vreemdeling na zes maanden
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring na zes maanden en tegen de verlenging van deze bewaring. De rechtbank beoordeelde of de verlenging van de bewaring, ingevolge artikel 59, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat er materieel geen verschil bestaat tussen een beroep tegen het voortduren van de bewaring na zes maanden en een beroep tegen een verlengingsbesluit. De wetgeving en parlementaire stukken geven aan dat de bewaring verlengd kan worden indien de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de benodigde documentatie uit derde landen ontbreekt.
In deze zaak was vastgesteld dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting en dat op documenten uit een derde land werd gewacht. De rechtbank vond dat er voldoende zicht op uitzetting bestond en dat de minister voortvarend handelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.