ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kwijtscheldingsvrijstelling lijfrenteverplichting en verrekening aanslagen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Belastingdienst vastgestelde aanslag inkomstenbelasting 2007, waarin het belastbaar inkomen werd verhoogd vanwege de vrijval van een lijfrenteverplichting jegens zijn vader. De kern van het geschil betrof de toepassing van de kwijtscheldingsvrijstelling op deze lijfrenteverplichting en de vraag of de voorlopige aanslag mocht worden verrekend met de definitieve aanslag.
De rechtbank overwoog dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lijfrenteverplichting niet meer voor verwezenlijking vatbaar was. De verklaring van eiser tijdens de zitting was tegenstrijdig met eerdere schriftelijke stellingen en werd daarom buiten beschouwing gelaten. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de onderneming in 2006 was gestaakt, wat relevant was voor de winstvaststelling.
De rechtbank concludeerde dat de kwijtscheldingsvrijstelling van artikel 3.13 Wet IB 2001 niet van toepassing is en dat de vrijval van de schuld als winst moet worden aangemerkt. Tevens werd geoordeeld dat de verrekening van de voorlopige aanslag met de definitieve aanslag rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2007 blijft ongewijzigd.