ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1971
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid
Eisers, beiden van Armeense nationaliteit en voormalig werkzaam bij de Armeense Nationale Veiligheidsdienst (ANV), vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde deze op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eisers worden geacht betrokken te zijn bij ernstige misdrijven, waaronder marteling en foltering als onderdeel van een stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn dat tijdens de relevante periode in Armenië systematisch mishandeling en foltering plaatsvond door politie en veiligheidsdiensten. Eiser had als hoofd van een seniorgroep binnen de ANV kennis van en droeg persoonlijk bij aan deze misdrijven, waarmee hij persoonlijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Het beroep op politieke vervolging werd verworpen omdat de misdrijven niet als politiek konden worden aangemerkt.
Daarnaast werden de verklaringen van eisers over hun vrees voor behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Armenië niet geloofwaardig bevonden, mede op basis van een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken. Ook de zelfstandige asielgrond van eiseres werd afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunningen.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid.