ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Uitleg en voortzetting contractuele overeenkomst over busstalling tussen Veolia en HTM
Veolia en HTM sloten een contract waarbij HTM diensten levert aan Veolia, waaronder stalling van bussen op een terrein aan de Telexstraat te 's-Gravenhage. Artikel 13 van Pro het contract bepaalt dat de overeenkomst loopt tot 31 december 2011 met een optie tot verlenging onder vergelijkbare voorwaarden, exclusief gasleveranties.
Veolia maakte op 17 juni 2011 gebruik van deze optie tot verlenging, maar HTM weigerde dit te honoreren vanwege capaciteitsproblemen en een weigering van de gemeente Den Haag om een gebruiksvergunning te verlenen voor het stallen van aardgasbussen. HTM stelde dat de overeenkomst enkel kon worden verlengd bij wederzijdse instemming en beriep zich op onvoorziene omstandigheden om de stallingsovereenkomst deels te ontbinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitleg van artikel 13 niet Pro uitsluitend taalkundig is, maar moet worden bezien naar de redelijke verwachtingen van partijen. De rechter stelde vast dat Veolia eenzijdig de optie tot verlenging kon uitoefenen, waarbij HTM niet verplicht was tot voortzetting indien zij de concessie verloor. De stelling van HTM dat de overeenkomst enkel bij wederzijdse instemming kon worden verlengd werd verworpen.
Verder werd geoordeeld dat HTM de overeenkomst niet eenzijdig kon ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden zonder rechterlijke uitspraak. De vordering van Veolia werd toegewezen, waarbij HTM werd bevolen het gebruik van het perceel te gedogen totdat rechtsgeldige beëindiging plaatsvindt. De gevorderde dwangsom werd afgewezen vanwege de toezegging van HTM het vonnis na te zullen komen.
Uitkomst: HTM wordt bevolen het gebruik van het perceel voor busstalling door Veolia te gedogen totdat rechtsgeldige beëindiging plaatsvindt.