ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0389
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij executie geschil over voormalige echtelijke woning in België
Partijen, voormalig gehuwd in gemeenschap van goederen, zijn gescheiden en de verdeling van hun ontbonden huwelijkgemeenschap is vastgesteld door een Nederlands vonnis waarbij de woning in België aan de man is toegewezen tegen een bepaalde waarde. De vrouw weigert mee te werken aan de levering van de woning, omdat zij de waarde betwist en de kostenverdeling niet accepteert.
De vrouw vordert schorsing van de executie van het vonnis en opschorting van het verbeuren van dwangsommen totdat het hoger beroep is beslist. De man betwist de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en stelt dat het geschil aan de Belgische rechter moet worden voorgelegd.
De voorzieningenrechter onderzoekt ambtshalve zijn bevoegdheid. De EEX-verordening is niet van toepassing omdat het huwelijksgoederenrecht betreft. De Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht voor het executiegeschil zelf, omdat het een executie van een onroerende zaak in België betreft zonder concreet aanknopingspunt met Nederland. Wel is de rechter bevoegd voor de dwangsommen op grond van artikel 611d Rv in verbinding met artikel 10 en Pro 13 Rv.
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd voor de schorsing van de executie, wijst de vordering af voor de periode tot 29 november 2011, maar bepaalt dat vanaf die datum geen dwangsommen meer verbeurd worden, omdat de aanstelling van een tweede notaris de noodzaak van dwangsommen heeft weggenomen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd voor het executiegeschil en schorst de dwangsommen vanaf 29 november 2011.