ECLI:NL:RBSGR:2012:29514
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak heeft de besloten vennootschap verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter mr. P.M. Gompen, stellende dat deze vooringenomen en niet onpartijdig zou zijn. Dit verzoek volgde op eerdere wrakingsverzoeken en betrof onder meer vermeende discriminerende uitlatingen, onjuiste bewijsopdrachten en het buiten beschouwing laten van een akte van verzoekster.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de meeste aangevoerde grieven betrekking hadden op feiten en omstandigheden die reeds bij eerdere wrakingsverzoeken bekend waren, en derhalve niet opnieuw in behandeling konden worden genomen. De wrakingsgrond die resteerde was dat de afwijzing van een vordering ex artikel 843a Rv en het buiten beschouwing laten van een akte op vooringenomenheid zou duiden.
De wrakingskamer benadrukte dat zij niet de inhoudelijke juistheid van de beslissing hoeft te toetsen, maar slechts moet beoordelen of er sprake is van feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid rechtvaardigen. Dit was niet het geval. De rechter had het verzoek tot bewijslevering afgewezen omdat dit zou leiden tot een 'fishing expedition', wat in strijd is met de strekking van artikel 843a Rv.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.