ECLI:NL:RBSGR:2011:BV7155
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens medische omstandigheden
Verzoeker diende op 10 augustus 2011 een bezwaarschrift in tegen een mondelinge mededeling van 28 juli 2011 dat besloten was geen toepassing te geven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarin staat dat uitzetting wordt opgeschort bij medische noodzaak. Verzoeker heeft ernstige psychische klachten en vreesde een medische noodsituatie bij terugkeer naar Kameroen, mede vanwege gebrekkige psychiatrische zorg daar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de mondelinge mededeling als een handeling in de zin van artikel 72, derde lid, Vw moet worden gezien, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. Verweerder baseerde zijn besluit op een advies van het Bureau Medisch Advisering (BMA), dat stelde dat verzoeker kon reizen onder begeleiding van een psychiatrisch geschoolde verpleegkundige en dat er voldoende behandelmogelijkheden in Kameroen zijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het BMA-advies objectief en onpartijdig was en dat er geen concrete aanwijzingen waren om aan de juistheid ervan te twijfelen. Verzoeker had onvoldoende onderbouwd dat de voorwaarde van begeleiding onvoldoende was. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar weinig kans van slagen had en dat er geen redenen waren om de voorlopige voorziening toe te wijzen, waarna het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen wegens onvoldoende medische gronden.