ECLI:NL:RBSGR:2011:BV3493
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiseres, van Joegoslavische nationaliteit, vroeg een document aan dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan moest aantonen. Verweerder wees dit af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij en haar partner een duurzame relatie hadden, zoals vereist in artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De kern van het geschil betrof de eis dat zij en haar partner zes maanden op hetzelfde adres ingeschreven moesten staan.
Eiseres stelde dat deze eis discriminerend was omdat Nederlanders die hun buitenlandse partner naar Nederland halen, deze voorwaarde niet hoeven te vervullen. De rechtbank oordeelde echter dat de procedure voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wezenlijk verschilt van reguliere verblijfsvergunningen, waardoor geen sprake is van ongelijke behandeling op grond van nationaliteit. Bovendien kan eiseres een reguliere verblijfsvergunning aanvragen indien zij dat wenselijk acht.
De rechtbank verwees naar de Vreemdelingencirculaire en eerdere jurisprudentie, waarin werd bevestigd dat het bewijs van een duurzame relatie kan bestaan uit inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) gedurende zes maanden, maar ook andere bewijsstukken kunnen worden geaccepteerd. Omdat eiseres geen ander bewijs aanleverde, was de aanvraag terecht afgewezen.
Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen nu de hoofdzaak werd behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.