ECLI:NL:RBSGR:2011:BV2190
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en risico homoseksuele vreemdeling in Irak
Eiser, een Iraakse homoseksuele man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen vanwege twijfel over zijn afkomst en ongeloofwaardigheid van zijn relaas. Verweerder baseerde zich onder meer op een taalanalyse die zijn herkomst uit [plaatsnaam] ontkende. Eiser voerde tegen dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid een reëel risico op vervolging en onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Irak loopt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welke onjuistheden in het relaas van eiser waren vastgesteld, waardoor eiser zich niet adequaat kon verweren. De taalanalyse werd grotendeels bevestigd, maar de contra-expertise bracht twijfel over de conclusie dat Koerdisch zijn eerste taal zou zijn. Desondanks mocht verweerder het relaas over zijn afkomst ongeloofwaardig achten.
Belangrijk is dat de rechtbank het standpunt van verweerder verwerpt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn homoseksualiteit risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Uit het ambtsbericht, UNHCR-richtlijnen en rapporten van Human Rights Watch blijkt dat homoseksuelen in Irak systematisch worden blootgesteld aan ernstige mensenrechtenschendingen zonder bescherming. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het EHRM dat lidmaatschap van een dergelijke kwetsbare groep voldoende kan zijn om bescherming te bieden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten ten laste van verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen rekening houdend met het reële risico op schending van artikel 3 EVRM wegens seksuele geaardheid.