ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0342
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.A. Sipkens
- C.W.M. Giesen
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning ondanks beroep op artikel 7 Handvest en artikel 8 EVRM
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 van Pro het Handvest. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van dit vereiste kon krijgen. De rechtbank overwoog dat het Handvest alleen geldt bij toepassing van Unierecht, wat hier niet aan de orde was, en dat artikel 7 Handvest Pro inhoudelijk gelijk is aan artikel 8 EVRM Pro.
Eiser stelde dat vanwege zijn kwetsbaarheid en langdurig verblijf in Nederland het onthouden van een verblijfsvergunning in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het eerdere oordeel van de Centrale Raad van Beroep over het recht op maatschappelijke opvang niet automatisch betekent dat het onthouden van een verblijfsvergunning ook strijdig is met artikel 8 EVRM Pro. De belangenafweging van verweerder was zorgvuldig en toonde geen motiveringsgebrek.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn kwetsbaarheid en dat zijn verblijfsduur niet lang genoeg was om een verblijfsrecht te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.