ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en ontbreken van nieuwe feiten
Verzoeker heeft een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelt. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de kamer vanwege tijdsbeperkingen tijdens het pleidooi, waarbij verzoeker meent dat zijn verdediging werd beknot, mede door vertaalproblemen met tolken.
De wrakingskamer oordeelt dat de feiten en omstandigheden die in een niet-gevoegde zaak tegen een medeverdachte speelden, niet aan het wrakingsverzoek van verzoeker ten grondslag kunnen worden gelegd. Tevens heeft verzoeker tijdens het pleidooi op 29 september 2011 niet geklaagd over de tijdsbeperkingen, maar pas op 30 september 2011 een wrakingsverzoek ingediend, wat in strijd is met artikel 513 lid 1 jo Pro. lid 3 Sv dat vereist dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten bekend zijn.
Ook de problemen met tolken zijn pas op 3 oktober 2011 aangevoerd, eveneens te laat volgens de wet. De wrakingskamer verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk en gaat niet in op de inhoudelijke beoordeling van de wrakingsgronden. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening en ontbreken van nieuwe feiten.