ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0317
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening voorlopige hechtenis met tenuitvoerlegging gevangenisstraf in andere zaak
In deze zaak vordert eiser zijn onmiddellijke invrijheidstelling omdat hij vier maanden langer in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht dan de opgelegde gevangenisstraf in een eerdere zaak. Hij verzoekt dat deze extra voorlopige hechtenis wordt verrekend met de tenuitvoerlegging van een twaalf maanden gevangenisstraf uit een andere zaak.
De rechtbank overweegt dat de wet bepaalt dat een opgelegde straf zo spoedig mogelijk moet worden uitgevoerd en dat de Staat niet naar eigen inzicht kan afwijken van de strafrechterlijke beslissingen, tenzij de wet dit toestaat. De wettelijke bepalingen die verrekening van voorlopige hechtenis mogelijk maken, zijn hier niet van toepassing omdat het niet gaat om voorlopige hechtenis die betrekking heeft op hetzelfde feit of om een zaak die zonder straf is beëindigd.
Daarom is er geen wettelijke grondslag voor verrekening en is de detentie van eiser niet onrechtmatig. De rechtbank begrijpt het bezwaar van eiser, maar kan op grond van de huidige wetgeving niet anders beslissen. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot invrijheidstelling wordt afgewezen omdat geen wettelijke grond bestaat voor verrekening van voorlopige hechtenis met een straf in een andere zaak.