ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9699
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.V.L. Heuts
- F.H. Machiels
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing ongewenstverklaring op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag en EVRM
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring die was gebaseerd op ernstige redenen volgens artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder handhaafde de verklaring op grond van een ambtsbericht van 2000 over Afghaanse veiligheidsdiensten.
Eiser voerde aan dat het ambtsbericht inmiddels onder kritiek staat en dat er nieuwe rapporten en correspondentie zijn die twijfel zaaien over de juistheid ervan. Ook stelde hij dat verweerder een individueel ambtsbericht had moeten opvragen en deed hij een beroep op de artikelen 3 en 8 van het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht nog steeds betrouwbaar is, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de Raad van State. De aangevoerde nieuwe stukken boden geen concrete aanknopingspunten om het ambtsbericht te weerleggen. Ook het beroep op het arrest van het Hof van Justitie van de EU gaf geen aanleiding tot herbeoordeling.
Ten aanzien van artikel 3 EVRM Pro concludeerde de rechtbank dat eisers medische situatie niet ernstig genoeg is om uitzetting te verbieden. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro leidde tot de conclusie dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van eiser bij gezinsleven in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de ongewenstverklaring.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de ongewenstverklaring van eiser.