ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9209
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning onbepaalde tijd wegens vermeend tijdelijk verblijfsrecht niet gegrond verklaard
Eiser heeft op 27 juli 2010 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 2 november 2010 afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde in beroep dat zijn verblijfsrecht niet tijdelijk van aard is, in tegenstelling tot de stelling van verweerder.
De rechtbank oordeelt dat de bij besluit van 25 februari 2010 verleende verblijfsvergunning onder de beperking ‘uitoefenen van gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro’ niet onder de tijdelijke beperkingen valt zoals genoemd in artikel 3.5, tweede lid, Vb 2000. Omdat verweerder bij de vergunningverlening niet heeft vermeld dat het verblijfsrecht tijdelijk is, geldt dit als niet-tijdelijk volgens artikel 3.5, derde lid, Vb 2000.
Verweerder kon niet aantonen dat uit de motivering van het besluit een tijdelijk verblijfsrecht volgt en de rechtbank wijst het door verweerder aangevoerde beleid in paragraaf B2/10.4 Vc 2000 af als grondslag voor een tijdelijk verblijfsrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, veroordeelt verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning onbepaalde tijd wordt vernietigd.