ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8933
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Algerijnse onderdaan, werd op 3 augustus 2011 in bewaring gesteld. Hij voerde aan dat geen zicht bestond op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez-passer verstrekten en uitzetting naar Algerije onzeker was.
De rechtbank overwoog dat verweerder voldoende voortvarend handelt, mede omdat de Algerijnse autoriteiten op 19 oktober 2011 een laissez-passer toezegden aan een andere Algerijnse onderdaan, die op 16 november 2011 werd uitgezet. Eiser verklaarde tijdens het identiteitsgehoor dat zijn geboorteakte bij zijn moeder in Algerije ligt, wat de mogelijkheid op een laissez-passer voor hem vergroot.
De rechtbank oordeelde dat het primair op de weg van eiser ligt om zijn nationaliteit en identiteit te onderbouwen met documenten. Voortzetting van de maatregel van bewaring is niet in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk. Het beroep is daarom ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.