ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken redelijke vertrektermijn
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, werd in 2007 aangezegd Nederland te verlaten, maar verweerder kon niet aannemelijk maken dat deze aanzegging schriftelijk is uitgereikt. Volgens artikel 12 van Pro de Terugkeerrichtlijn moet een terugkeerbesluit schriftelijk zijn en de feitelijke en juridische gronden bevatten, wat hier niet het geval was. Hierdoor kan de aanzegging uit 2007 niet als een terugkeerbesluit worden aangemerkt.
Verzoeker werd in november 2011 een nieuw terugkeerbesluit opgelegd zonder een redelijke termijn voor vertrek, wat in strijd is met artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Verweerder stelde dat er sprake was van een risico op onderduiken en verwees naar artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, maar de rechtbank oordeelde dat dit artikel geen objectieve criteria bevat die dit risico onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit niet voldoet aan de eisen van de Terugkeerrichtlijn en schorst de rechtsgevolgen van het besluit totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.