ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- F.H. Machiels
- E.V.L. Heuts
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid België voor visumverlening en bezwaarprocedure bij kort verblijfvisum Nederland
Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een kort verblijfvisum voor Nederland via het Belgische consulaat te Kinshasa. Het consulaat heeft de aanvraag geweigerd en het bezwaar van eiser tegen deze weigering is door de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslissing niet van een Nederlands bestuursorgaan afkomstig is.
De rechtbank heeft beoordeeld of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht is. Daarbij is de EG Verordening nr. 810/2009 (Visumcode) en een bilaterale overeenkomst tussen Nederland en België betrokken. De Visumcode maakt het mogelijk dat een lidstaat een andere lidstaat vertegenwoordigt bij het afgeven van visa, inclusief het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures.
De rechtbank concludeert dat de bilaterale overeenkomst een machtiging bevat voor België om namens Nederland visumaanvragen te behandelen en te beslissen, inclusief het behandelen van beroepen volgens Belgische wetgeving. De aanvraag van eiser valt onder deze regeling, waardoor Nederland niet bevoegd is om de aanvraag zelf te behandelen.
Daarom is het bezwaar tegen de weigering van het visum niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de visumweigering wordt ongegrond verklaard.