ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ouders kunnen niet namens hun kind een verzoek om contra-expertise indienen
De moeder heeft namens haar minderjarige kind een verzoek ingediend voor een contra-expertise in kinderbeschermingszaken betreffende gezag, omgang, vernietiging erkenning en ondertoezichtstelling. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat het recht op (contra-)expertise regelt.
Volgens de letter van de wet kunnen alleen ouders in kinderbeschermingszaken een dergelijk verzoek indienen. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze bevoegdheid ook toe te kennen aan het kind zelf, ondanks de stelling van de advocaat van de moeder. Artikel 1:245 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat ouders met gezag vertegenwoordiging in burgerlijke zaken geeft, verleent geen recht om namens het kind een verzoek op basis van artikel 810a Rv. in te dienen.
Daarom verklaart de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek om contra-expertise namens het kind. De beschikking is gegeven door rechter M. Dam en uitgesproken op 13 december 2011.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om namens het kind een contra-expertise te doen.