ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.S. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Compensatie voor langdurige vluchtvertraging op grond van EU-verordening 261/2004 bevestigd
In deze zaak vorderen passagiers compensatie van ArkeFly wegens een vluchtvertraging van ongeveer zeven uur op een vlucht van Amsterdam naar Puerto Plata. De vlucht vertrok veel later dan gepland vanwege een technisch mankement. De passagiers baseren hun vordering op Verordening (EU) nr. 261/2004, die compensatie regelt bij langdurige vertragingen.
De kantonrechter verklaart de minderjarige eiser niet-ontvankelijk omdat minderjarigen niet zelfstandig als procespartij kunnen optreden zonder machtiging en omdat de ouders hun vordering uitsluitend voor zichzelf hadden ingesteld. De overige passagiers zijn ontvankelijk.
De rechtbank volgt het Sturgeon-arrest van het HvJ EU, waarin is bepaald dat passagiers recht hebben op compensatie bij langdurige vertragingen van drie uur of meer, tenzij sprake is van buitengewone omstandigheden. ArkeFly kon niet aantonen dat de vertraging buitengewone omstandigheden betrof. De vordering tot betaling van €3.000 wordt daarom toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
De rechtbank wijst een aanhouding van de beslissing af, ondanks verzoeken daartoe in verband met lopende prejudiciële vragen en mogelijke cassatieprocedures. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: ArkeFly wordt veroordeeld tot betaling van €3.000 compensatie aan passagiers wegens langdurige vluchtvertraging.