ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7702
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht voor familielid gemeenschapsonderdaan zonder langdurig verblijf in gastlidstaat
Eiser, gehuwd met een Nederlandse gemeenschapsonderdaan (referente), verzocht om verblijf in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat referente langer dan drie maanden in Spanje had verbleven, wat vereist is voor het ontlenen van verblijfsrechten aan de Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank oordeelde dat het kortdurend verblijf van referente in Spanje niet gelijkgesteld kan worden met vestiging zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Richtlijn, maar slechts onder artikel 6 valt Pro, dat een recht op verblijf van maximaal drie maanden toestaat. Jurisprudentie van het Hof van Justitie bevestigt dat een EU-verblijfskaart in één lidstaat niet automatisch verblijfsrechten in een andere lidstaat verleent.
Verder werd het beroep op artikel 56 VWEU Pro verworpen omdat referente slechts kortdurend diensten ontving in Spanje en dit niet vergelijkbaar was met de situatie in het arrest Carpenter. Ook het beroep op het arrest Zambrano faalde omdat het weigeren van verblijf aan eiser niet betekent dat referente of haar kinderen de Unie moeten verlaten.
Ten slotte werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet-ontvankelijk verklaard omdat hiervoor een andere aanvraag vereist is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser op verblijfsrecht in Nederland wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat referente langdurig in Spanje verbleef.